Judging the judge. (Dutch version below)
The tension is evident on their faces. We've just listened to a track that was put together in an hour with blood, sweat, and tears, using a USB stick loaded with samples. I'm expected to say something meaningful about it. Constructive, honest, and with integrity—values I hold in high regard. Particularly when it concerns young producers participating in a competition where they can win a substantial prize package and a year of coaching.
My male fellow jury members have provided technical feedback on EQ sculpting and frequency dips in the highs. They discussed how the mix sounds on speakers in a space not designed as a studio but where the walls usually drip with sweat during intense club nights.
The participant looks at me expectantly. And I hear myself saying; how the music affected me, how the intro created an expectation that wasn't quite fulfilled, but that the use of the samples was original. The end of the track doesn't seem entirely finished. Did the participant feel it had become a complete track?
The moment has passed. The next participant's track starts playing. I try to listen keenly, make notes on the judging form, and my mind is crowded. I haven't said anything technical. Is my feedback valuable enough? Would people think I'm not a good producer? Am I suitable for this role? The 'imposter syndrome' kicks in.
Over the years, I've been asked in interviews if, as a female producer, I produce my own music. During DJ sets, men stood on the dance floor with their arms crossed, watching to see if I really could do it. I saw eyebrows raised and reactions of disbelief. These challenges and prejudices have fueled my desire to prove myself and have encouraged me to pursue my path despite my insecurities and stay true to myself. Even during judging comments. I decide; my feedback is valid and perhaps even refreshing.
Dutch version:
De spanning is van het gezicht af te lezen. We hebben zojuist naar een track geluisterd die met bloed zweet en tranen in een uurtje in elkaar is gezet aan de hand van een USB-stick met samples erop. Van mij wordt verwacht om er iets zinnigs over te zeggen. Opbouwend, eerlijk en integer. Waardes die ik hoog in het vaandel heb staan. Zeker als het jonge producers betreft die meedoen aan een wedstrijd waarbij ze een dik prijzenpakket en een jaar coaching kunnen winnen.
Mijn mannelijke mede-juryleden hebben technische feedback gegeven over EQ-sculpting en frequentiedipjes in het hoog. Over hoe de mix klinkt op de speakers van een ruimte die niet bestemd is als studio maar waar normaal gesproken het zweet van de muren loopt tijdens broeierige clubnachten.
De deelnemer kijkt me verwachtingsvol aan. En ik hoor het mezelf zeggen; wat de muziek met me deed, dat het intro een bepaalde verwachting opwekte die net niet helemaal ingelost werd maar dat het gebruik van de samples origineel is. Dat het einde van de track niet helemaal af lijkt, had de deelnemer zelf wel het gevoel dat het een complete track is geworden?
Het moment is alweer voorbij. De track van de volgende deelnemer wordt afgespeeld.
Ik probeer scherp te luisteren en notities te maken op het juryformulier tegelijk en in mijn hoofd is het druk. Ik heb niets technisch verteld, is mijn commentaar wel waardevol genoeg? Zouden mensen denken dat ik geen goede producer ben? Ben ik wel geschikt voor deze rol? Het ‘imposter syndroom’ kickt in.
Door de jaren heen werd ik weleens geïnterviewd en dan kreeg ik de vraag of ik als vrouwelijke producer mijn eigen muziek produceer. Tijdens dj-sets stonden mannen op de dansvloer met hun armen over elkaar te kijken of ik het echt wel kon. Ik zag wenkbrauwen omhooggaan en er werd met ongeloof gereageerd. Deze uitdagingen en vooroordelen hebben mijn bewijsdrang aangewakkerd en me gestimuleerd om ondanks mijn onzekerheden toch ervoor te gaan en dicht bij mezelf te blijven. Ook tijdens jurycommentaar. Ik besluit; mijn feedback mag er zijn en is misschien zelfs verfrissend.

Reacties
Een reactie posten